Een mooi teken 3

Gepubliceerd op 25 april 2026 om 20:20

Op vrijdag 10 april 2026 begon ons nieuwe avontuur. Emigreren naar Griekenland, Kreta. Sissi om precies te zijn. Of Vrachasi, of Santa Barbara. Daar zijn we nog steeds niet helemaal achter. Want wat nou de naam is van de plek waar we wonen, daar zijn de Griekse meningen nogal over verdeeld. Wij houden het bij Sissi. 

Afgelopen februari zijn we naar Kreta afgereisd en hebben we pak ‘m beet 12 woningen bezichtigd om te huren voor lange termijn. Alleen al zo’n bezichtigingsweek is een avontuur op zich. We kregen gedurende de bezichtigingen citroenen, zelfgebakken cake en fruit. Zelfs een borrelmiddag (met veel te veel raki) met één van de woningeigenaren mocht niet ontbreken. Een bijzondere ervaring. Toch was op de voorlaatste dag van deze week ons de moed aardig in de schoenen gezakt. De droomplek zat er nog niet tussen. Eentje was perfect: afgelegen, maar toch dicht bij een grote stad, modern gebouwd, genoeg ruimte en een eigen zwembad met uitzicht op olijfgaarden. Keerzijde: het huis stond pal naast een industrieterrein. Griekse industrieterreinen zijn op z’n zachtst gezegd niet zo fraai als Nederlandse industrieterreinen, dus een no go. 

‘Wat nou als we niks vinden?’ was wat nog niet eerder door ons hoofd had gespookt. We zijn bepaald niet types die ervan uitgaan dat iets niet gaat lukken. 'Het komt altijd wel goed', zeiden we tegen elkaar op de terugweg van de zoveelste bezichtiging die weer veel mooier was op de foto’s dan in het echt. Daar komt bij dat je (in geval van het laatste huis) een muffe rioollucht ook niet op foto’s ruikt en de gemiddelde Griekse verhuurder dat zeker niet even in de advertentie vermeldt. ‘We hebben nog dat huis tegoed met het mooie uitzicht op zee in, hoe heette dat plaatsje?’ ‘Sissi’, was het antwoord van Juud, gevolgd door een emotionele anekdote over haar (nog niet zo lang geleden overleden) opa die altijd zo graag zijn videobanden van de gelijknamige prinses Sissi met haar wilde bekijken. ‘Misschien geeft ‘ie wel een klein teken van boven, wie weet… Laten we nou eerst dat huis maar eens bekijken.’ 

Op de heenweg naar die bezichtiging verbeterde ons gevoel. Deze omgeving voelt beter dan die we hiervoor gezien hadden. ‘Dat is al een mooi teken.’ We sloegen af van de grote weg, een bergweggetje op, gelukkig wel zo één waar prima op te rijden is. Steeds verder de berg op rijdend keken we in afwachting om ons heen. Vooral veel bossen en bergen, een mooi en vredig plaatje. ‘Ik heb alleen die zee nog nergens gezien.’ Waar zouden we nu weer terechtkomen? We draaiden de bocht door en plots: blauw…! Water, zover je kan kijken. ‘Wauw, dit is mooi zeg’, riepen we in koor. Gevolgd door een snelle blik op de navigatie. ‘Nog maar één minuut!’ Wat niet anders kon betekenen dan dat dít het uitzicht is van het huis. 

Door een grote poort, na een lange oprit, parkeerden we onze auto naast een geinig aangelegde rotonde in de vorm van een hart. Op het landgoed staat een viertal van dezelfde soort vrijstaande woningen op een rij, waarvan wij er drie zouden bezichtigen. Leuke, moderne huizen, gebouwd met karakteristieke stenen. Van binnen een stuk kleiner dan wat we in Nederland verkocht hebben, maar wel met hoge plafonds waardoor het best ruim voelt. En natuurlijk met een zonovergoten tuin, inclusief eigen zwembad met dat uitzicht waar we van gedroomd hadden. Een vriendelijke, amicale makelaar kwam met de sleutel in zijn hand aanlopen en deed de deur van de eerste woning open. Hij ging voor, gevolgd door Juud en vervolgens door mij. Bij de eerste stap over de drempel schoot het me meteen aan. ‘Dit is het’, fluisterde ik tegen de rug van Juud. We hadden van tevoren afgesproken: ook al vind je het huis geweldig, we reageren zo neutraal mogelijk en bespreken in de auto wel wat we er echt van vonden, uiteraard met als doel een zo goed mogelijke onderhandelingspositie. Na een aantal seconden zonder respons draaide ze zich om. Vuurrood gezicht, duidelijke tranen van blijdschap en opluchting over haar wangen. De makelaar schrok zichtbaar van haar reactie en was voor het eerst sinds onze ontmoeting stil. Daar ging mijn onderhandelingspositie… ‘Heb je het nog niet gezien?’ snikte ze, terwijl ze naar de muur richting het metershoge plafond wees. Door alle indrukken was het me volledig ontgaan dat we niet met z’n drieën maar met z’n vieren in het huis waren. Op de muur hing namelijk een enorm, werkelijk levensgroot schilderij met daarop afgebeeld, jawel… prinses Sissi.